Nameting Wiv-referendum

Gepubliceerd: 23-04-2018

Nameting Wiv-referendum: hoe het kan dat het tegenkamp binnen twee dagen ‘erop en erover’ ging

Vraagtekens omtrent privacy speelden uiteindelijk doorslaggevende rol


Een aantal dagen voor het referendum over de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (en de gemeenteraadsverkiezingen) hebben we een peiling gedaan onder het electoraat. Op de vraag wat men op dat moment zou stemmen bij het referendum, reageerde 40% vóór, 24% tegen, 13% wist het nog niet en 22% zou sowieso niet stemmen. Een duidelijke overwinning van het voorkamp lag dus in het verschiet. Dat bleek uiteindelijk toch anders uit te pakken. Hoe kan het aantal tegenstemmers in korte tijd zo zijn toegenomen en wat kan daarop van invloed zijn geweest? Voor een mogelijk antwoord op deze vragen heeft Kantar Public een nameting verricht onder dezelfde mensen als bij de laatste peiling voor het referendum.

Het eerste dat opvalt, is dat ondanks de ruime voorsprong van het voorkamp in onze laatste peiling (voor het referendum), het tegenkamp in onze nameting (net als de daadwerkelijke uitslag) groter is dan het voorkamp. 31% heeft voor gestemd en 33% tegen. Nemen we de niet-stemmers niet mee in de cijfers, dan is 47% voor en 49% tegen. Dit is nagenoeg gelijk aan de werkelijke uitslag.
 
Laatste peiling versus nameting
 
  Laatste peiling Nameting
  18-3-2018 26-3-2018
Stel dat u vandaag zou kunnen stemmen, zou u dan voor of tegen (…) stemmen? / Wat heeft u gestemd?


% Voor
% Tegen
% ik zou niet stemmen / heb niet gestemd
% Blanco
% weet niet
 
 

40
24
13
-
22
 
 

31
33
32
2
2
Stel dat u vandaag zou kunnen stemmen, zou u dan voor of tegen (…) stemmen? / Wat heeft u gestemd? * exclusief niet stemmers


% Voor
% Tegen
% blanco
% weet niet



47
28
-
25
 
 

47
49
2
2
Bron: Kantar Public (2018)

Kijken we naar het moment dat men de keuze bepaalde, dan zien we dat de grootste groep (44%) zegt dat dit al heel lang vast stond. Deze meeste mensen hiervan zaten in het tegenkamp. In de laatste dagen is deze groep tegenstemmers nog eens sterk gegroeid. De voorstemmers hadden hun mening al lang (weken/maanden) voor het referendum bepaald. Toch hebben de laatste dagen voor het referendum nog invloed gehad op een deel van deze groep, waardoor een klein (maar toch aanzienlijk) deel van de aanvankelijke voorstanders toch tegen heeft gestemd. 
 
Jongeren waren tegen, ouderen voor
Jongeren (18-34) hebben minder vaak gestemd dan ouderen (55+), maar wel tegengesteld: 23% van de ondervraagde jongeren was voor, 31% tegen, bij de ouderen stemde 39% voor en 33% tegen.

Tegenkamp was standvastiger én heeft op het laatste moment nog flink wat niet-stemmende mensen van mening doen veranderen
Interessant wordt het als we kijken naar de mensen die tussen onze laatste peiling en de nameting van mening zijn veranderd. Tweederde van de aanvankelijke voorstemmers heeft ook daadwerkelijk voor gestemd, 14% alsnog tegen. Bij de tegenstemmers hield 80% woord en verhuisde een schamele 3% naar voor. De aanvankelijke twijfelaars zijn iets vaker naar tegen (26%) dan naar voor (23%) verhuisd, maar een groter verschil zien we bij mensen die aanvankelijk zeiden niet te gaan stemmen: 18% heeft uiteindelijk alsnog tegen gestemd, 5% voor. Kortom: het tegenkamp was standvastiger én heeft op het laatste moment nog flink wat niet-stemmende mensen van mening doen veranderen.

Dat de laatste week, zelfs de laatste 48 uur doorslaggevend zijn geweest, blijkt uit een analyse van het beslismoment van de mensen die in onze laatste meting aangaven voor te zouden stemmen maar uiteindelijk toch tegen hebben gestemd: maar liefst 61% van deze mensen heeft de keuze twee dagen voor het referendum, of zelfs later gemaakt. Omgerekend gaat het om ruim 5 procentpunten die gedurende die fase van voor naar tegen zijn geswitcht.

Facebookschandaal speelde beperkte rol
Het Facebookschandaal met Cambridge Analytica speelde (naar eigen zeggen van de mensen) maar in beperkte mate een rol bij deze omslag. Uit de nameting blijkt dat 52% van de kiezers (enigszins) op de hoogte was van dit schandaal. Het uiteindelijke effect bleek echter gering: 72% zegt dat dit Facebook-schandaal slechts een tamelijk kleine of geen enkele rol heeft gespeeld in hun keuze bij het referendum. Slechts 11% van alle ondervraagden geeft aan dat het wél een (tamelijk) grote rol heeft gespeeld.

Waarom zijn mensen dan wél van mening veranderd?
De meest interessante groep is de groep die voor/niet zou stemmen of het nog niet wist en die uiteindelijk toch tegen heeft gestemd. Wij vroegen deze respondenten in een open vraag of zij dit konden toelichten. Wat opvalt? De meeste switchers hebben zich tot de dag van het referendum slecht ingelezen in de materie rondom de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten: ‘Ik vond het moeilijk, maar ik denk dat ik er tegen ben - dus vandaar mijn keuze’.

Ook blijkt dat privacy voor veel mensen belangrijk genoeg is om het mogelijke risico op schending zo minimaal mogelijk te maken: ‘Ik kwam erachter dat naar mijn mening de privacy niet voldoende gewaarborgd is in het wetsvoorstel zoals het er nu ligt. Helaas hoorde ik ook al dat, nu de uitslag bekend is, er slechts wat leestekens verplaatst zullen worden en het er dan doorheen gedrukt wordt.’ Experts, ‘de media’ en ook Lubach hebben effect gehad in de standpuntbepaling. Zie hieronder nog een aantal reacties:
 
“Na het kijken van de uitzending zondag met Lubach.”
Ik moest toch gaan stemmen en vind mijn privacy belangrijk.”
“Meer informatie gekregen en overtuigd dat huidige wetsvoorstel nog niet 'af' is.”

“Door diverse discussies op de televisie. Was eigenlijk achteraf toch niet zo overtuigd van mijn ja.”

Onderzoeksverantwoording
Onderzoeksnummer: D0542. Onderzoeksmethode: TNS NIPObase CAWI.
Aantal respondenten: aan het onderzoek werkten 772 Nederlanders (18+) mee (bruto steekproef: n=1.081, respons = 71%).
 
Veldwerkperiode: 23 t/m 26 maart 2018.
 
De steekproef is getrokken op basis van de ideaalcijfers voor geslacht, leeftijd, opleiding, gezinsgrootte, regio, sociale klasse en politiek stemgedrag bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer op 15 maart 2017. De resultaten zijn herwogen op geslacht, leeftijd, opleiding, gezinsgrootte, sociale klasse en politiek stemgedrag bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer en Nielsen-regio.
 
We benadrukken dat we in dit onderzoek met steekproefmarges te maken hebben.
 
Bij verspreiding of publicatie de bron Kantar Public gebruiken.

Voor specifieke vragen over het onderzoek kunt u terecht bij:
 
Tim de Beer
t. 020 5225 399 / 06 – 39 23 11 75
e. tim.de.beer@kantarpublic.com
twitter @timdebeer79