De verkiezingsstrijd: een terugblik

    Klik hier om het orginele artikel te lezen op NIPO (17 maart 2017)

    Naar verluidt nam de campagneleiding van de VVD al in de zomer van 2016 het besluit. We gaan bij de komende verkiezingen voor de Tweede Kamer inzetten op een tweestrijd met de PVV. In de nasleep van de vluchtelingencrisis en de Brexit, stond de PVV in de peilingen al tijden fier aan kop. De VVD zelf volgde op afstand. Daarna had je een hele tijd niets – en daarna pas volgden partijen als D66, CDA, SP en GroenLinks.

    Het was een riskante strategie, omdat in het verleden tweestrijden altijd tussen een klassiek (sociaal-economische) rechtse en linkse partij werden uitgevochten. Als het zo uitkomt, neemt de PVV weliswaar soms in sociaal-economisch opzicht linkse standpunten in en trekt ze ook kiezers die in het verleden wellicht PvdA of SP stemden, maar een linkse partij is de PVV bepaald niet.

    Fatsoenlijk populisme

    In de woorden van Rutte zelf: een keuze tussen ‘optimisme’ en ‘fatsoenlijk populisme’ versus ‘bangmakerij’ en ‘vulgair populisme’. De VVD combineerde een harde, restrictieve toon (‘pleur op’, ‘normaal doen’, ‘duidelijk VVD’) met een focus op de goede dingen die Nederland herbergt (‘dit is een gaaf land’).
     
    Lang leek deze strategie te werken. De verhoudingen in de peilingen bleven nagenoeg intact, zelfs nadat de campagne al lang en breed was afgetrapt. Wilders en Rutte hielden de benen stil. Waarom zouden zij hun kruit verschieten? Zij hadden de tijd aan hun zijde.

    Het Trump-effect

    Maar toen veranderde er wel degelijk iets. Na de shockoverwinning van Trump danste de PVV middels torenhoge peilingen mee op de golven van de vreugde over de geslaagde revolte tegen de elite. Maar na de inauguratie van Trump op 20 januari en de krankzinnige eerste weken van diens presidentschap begon dit zich ook tegen de PVV te keren.

    Wilders had bijna blind ingezet op het kopiëren van de strategie van Trump, vooral in diens cocktail van nationalisme en wantrouwen jegens ‘de elite’. De slogan ‘Netherlands first’ laat weinig aan de verbeelding over. Uit onderzoek van Kantar Public met de Volkskrant begin februari bleek dat dit wel eens een dure fout zou kunnen zijn: slechts 15% van de PVV-kiezers steunde het beleid van Trump.

    Sur place

    De PVV begon te zakken in de peilingen - langzaam, maar gestaag. Gek genoeg profiteerde de VVD daar niet of nauwelijks van. Dat had ongetwijfeld ook te maken met het volharden van de strategie van de PVV: zo weinig mogelijk in de media verschijnen, de directe confrontatie uit de weg gaan. Toen de Peilingwijzer besloot dat er voor de Rode Hoed niet vier, maar eigenlijk zes partijen uitgenodigd moesten worden (omdat de nummers 3 tot en met 6 binnen de onzekerheidsmarges vielen), trokken zowel Rutte als Wilders zich boos terug.

    Een premiersdebat zonder de twee zelfverklaarde koplopers, het leidde tot hoongelach bij media en de lijsttrekkers van de aanwezige concurrentie. De tweestrijd kwam maar niet op gang, VVD en PVV stonden geparkeerd. Sur place. Kiezers die eerder nog aangaven desnoods maar strategisch op Rutte te stemmen om te voorkomen dat Wilders de grootste zou worden, keerden op hun schreden terug.

    Achteruitkijkspiegel

    Andere partijen kwamen wel in beweging. Ook Asscher wist de PvdA niet van de flatliner in de peilingen af te krijgen, terwijl Roemer worstelde tegen zijn eigen imago van brokkenpiloot. Maar Jesse Klaver, de Trudeau van Nederland, greep de kans om met opgerolde hemdsmouwen en een heuse ‘beweging’ de aandacht op het gemarginaliseerde linkse steelveld naar zich toe te trekken.

    En minstens zo betekenisvol: Buma namens het CDA en Pechtold namens D66 slopen naderbij. Rutte en Wilders moesten in hun achteruitkijkspiegel gaan kijken. Rutte had nu ineens een ‘progressief’ alternatief (in de persoon van Pechtold) en een ‘moreel’ alternatief (Buma). Buma rook zijn kans ook bij Wilders – ineens begon hij onversneden anti-immigratietaal uit te slaan en was hij warm pleitbezorger van het Wilhelmus op scholen.

    Gamechanger

    Met nog minder dan een week te gaan stonden D66 en CDA vrij dicht bij de PVV, die op haar beurt de VVD nog in het vizier had. Media klaagden over een oersaaie campagne - zonder ‘gamechangers’. Maar ineens kwam die gamechanger er dan toch: de rel met Turkije. Rutte hield de rug recht, gaf niet toe aan de eisen van de Turkse minister Kaya om in Nederland campagne te voeren voor een Turks referendum en weerstond de scheldkannonades van Erdogan. Wilders en Buma konden weinig anders doen dan instemmen. Daar, de premiersbonus alsnog verzilverd.
     
    Het bleek beslissend. Maandagavond bij Een Vandaag kon Rutte, in een langverwachte één-op-één met Wilders, de bestuurder spelen en Wilders voor weglopende banktwitteraar uitmaken. Ineens maakten alle gebroken beloften van Rutte weinig meer uit, was de woede van de door aardbevingen geteisterde Groningers minder relevant. In de slotpeilingen van alle bureaus die op dinsdag publiceerden, was het Turkije-effect al deels zichtbaar. De VVD had nadrukkelijk een gaatje geslagen met de PVV. Zoals bekend: dergelijke late ontwikkelingen zijn doorgaans beslissend.

    #Dan toch maar VVD

    Dat bleek op woensdag 15 maart. Voortgestuwd door een lentezonnetje ging Nederland massaal naar de stembus - vooral in het voordeel van progressief links en de VVD. De leus ‘#Dan toch maar VVD’ piekte op social media.

    Rond 21.00 uur, bij het verschijnen van de exit poll, was het duidelijk: de VVD zou met ruime voorsprong winnen, terwijl de PVV de eerdere electorale beloften andermaal niet waar kon maken en het CDA en D66 maar net voorbleef. De PvdA leed een zeer pijnlijke nederlaag, GroenLinks verviervoudigde bijna, de Partij voor de Dieren schoot omhoog naar 5 zetels, Thierry Baudet mag Theo Hiddema naar de Tweede Kamer meenemen en DENK verzilverde de stem van de boze allochtone burger.

    Goed gepeild

    De volgende stap is uiteraard dat er naar coalities wordt gekeken, onder aanvoering van verkenner Edith Schippers. Daarnaast wordt er met een schuin oog naar de accuratesse van de peilingen gekeken.

    En wat dat laatste betreft is er heuglijk nieuws: we hebben het goed gedaan - op IPSOS na het beste van alle zes peilers. Alleen met de VVD en PVV zaten we enigszins mis - hetgeen goed te verklaren is, omdat de Turkijerel nauwelijks in onze slotpeiling zit verwerkt (we haalden onze meeste respons op zondag, drie dagen voor de verkiezingen. Bovendien: (slot)peilingen zijn een momentopname, géén voorspelling van de uitslag!
     
    Partij Zetels Onze slotpeiling
    (met marges)
    VVD 33 24-28 (27)
    PVV 20 21-25 (23)
    CDA 19 18-22 (19)
    D66 19 15-19 (19)
    SP 14 13-17 (14)
    GroenLinks 14 13-16 (14)
    PvdA 9 9-12 (9)
    CU 5 5-7 (5)
    PvdD 5 3-6 (5)
    50PLUS 4 4-7 (4)
    SGP 3 2-4 (3)
    DENK 3 1-3 (3)
    FvD 2 1-2 (2)

    Dankzij deze verkiezingen hebben we als Kantar Public ook uitgebreid de kans gehad om ons naar buiten toe te profileren - van het NOS Journaal, RTL Nieuws, What The Hague, Politicologica, het Financieele Dagblad, de Volkskrant, NRC tot de BBC en (het klapstuk) de Russische tv! En we hebben met nieuwe methoden kunnen experimenteren (impliciete meetmethoden, social media analyses) die ons werk in de toekomst nog interessanter en inzichtelijker kunnen maken!

    Tim de Beer


     

Tim de Beer

Research Consultant Overheid & Non Profit
Bekijk profiel